PantheïsmeHet pantheïsme ziet God niet als een buiten de dagelijkse werkelijkheid staande entiteit en niet als een persoon.Als we het over het al hebben, bedoelen we dus de dingen, planten en dieren, mensen, kortom alles. Traditionele religies denken dat dit al door iets anders veroorzaakt moet zijn dat buiten het al staat. Moderne wetenschap betwist het idee dat evolutie op een resultaat gericht is. Het idee dat de mens dus bedacht is, als hoofd van de schepping, met een speciale band met de veroorzaker van het al, is wetenschappelijk moeilijk vol te houden. De pantheïst ziet de veroorzaker van het al niet als iets wat buiten dit proces staat, maar zo je wilt, dit proces zelf. Het wonder van het bestaan zit hem in alles wat bestaat. 'Er is slechts één substantie', bewijst Spinoza in zijn Ethica. Alles wat er is, is God. God is het zijn. De ruimte en de tijd, de materie, de natuur en zelfs de mogelijkheid dat er is, alles, en dus ook wij, zijn een deel van het al. Waarom zou je alles 'God' noemen en niet gewoon 'Alles'? Wanneer je in de natuurkunde of de biologie ontdekt hoe fantastisch alles in elkaar steekt, het een niet zonder het ander kan, en dat je daar deel van uitmaakt, dan voel je je klein en tegelijk bijzonder. Misschien kun je niet geloven in een hogere macht, maar dat wil niet zeggen dat je geen ontzag kunt voelen en het idee hebt dat je onderdeel bent van iets bijzonders. Veel verschil met religieuze ervaringen zoals die die bijvoorbeeld door Bach getoonzet is er niet. Zo ontstaat er een religie, een Godsbesef dat geen behoefte heeft aan onbegrijpelijke, onnodige zaken die de dagelijkse werkelijkheid zouden ontstijgen. Wij willen op deze pagina's onze gedachten over deze denkwijze uiten, in filosische, religieuze en soms poetische stukken. En we willen dat jij reageert, want jij bent ook een stukje God. Reactie plaatsen Binnengekomen reactiesOliver Al eens gehoord van pantheistischpleidooi.co.cc ? Hugo de Vries De Mens in relatie tot God (pantheïsme) Door: Hugo de Vries Er was eens een grote oceaan. Deze oceaan bestond uit oneindig veel waterdruppels. Plaatselijk warmde de oceaan op en kwamen er heel veel waterdruppels vrij. Bevrijdt van de wereld waarin de druppels leefden, gingen de druppels stuk voor stuk hun eigen weg en stegen vrolijk op naar wat avontuurlijker, hoger gelegen oorden. Allengs merkte de waterdruppels dat hun verschijningsvorm veranderde en dat zij zich 'verdichte' en elkaar nog duidelijker waar konden nemen dan voorheen. Op weg naar nog hoger gelegen avontuurlijker oorden 'kristalliseerden' de waterdruppels zich en werden prachtige 'ijskristallen'. Trots en euforisch 'vergaapte' de waterdruppels zich aan elkaar en dachten met z'n allen, dat dit de wereld was waarin zij voortaan wilden leven. Zij speelden uitbundig en vrolijk in deze oneindig prachtige wereld, die schitterden en straalde dat het een lieve lust was. Met 'licht en kleur' konden zij de mooiste en prachtigste kunstwerkjes maken, die zij zich voor konden stellen. Nooit, maar dan ook nooit, wilden de ijskristallen weer terug naar de oceaan waar zij ooit vandaan kwamen. Dit was hun ‘Wereld, hun Leven en hun Paradijs'. Totdat de kristallen voordat zij het in de gaten hadden, nog hoger stegen zodat zij plotseling groter, dikker en zwaarder werden. Toen de kristallen op hun zwaarst waren en zichzelf tot in het uiterste 'verdicht' hadden, zakten de kristallen naar beneden, naar warmere oorden en 'ontdooiden' zij. Dit tot groot verdriet van de ijskristallen. De prachtige wereld waarin zij leefden en dachten altijd in te kunnen verblijven verdween als 'sneeuw voor de zon'. Zelf waren de ijskristallen allang vergeten dat zij ooit van de oceaan afkomstig waren geweest. Ontroostbaar moesten de ijskristallen toezien, dat hun prachtige verschijningsvorm, in lager en warmer gelegen oorden transparanter en transparanter werd. Totdat de ijskristallen weer de waterdruppels werden die zij heel lang geleden, ooit waren geweest. De waterdruppels verenigden zich uit zelfbehoud en werden gezamenlijk een regenbui. Met zijn allen viel de regenbui op de Aarde en kwamen zij in sloten en rivieren terecht. In het water van de sloten en rivieren 'smelten' zij samen met de overige waterdruppels, die daar allang aanwezig waren. Met 'weemoed' dachten de waterdruppels aan het leven dat zij als ijskristallen geleefd hadden en moesten 'lijdzaam' toezien, dat zij 'EEN' werden met alle druppels in het water. Geleidelijk aan begon bij de waterdruppels de herinnering terug te komen van een leven in een grote oceaan, waarin zij 'eonen' geleden zichzelf met moeite bevrijdt hadden. De waterdruppels lieten zich ‘gewillig’ meevoeren in de stroming van het water, waarmee zij nu onlosmakelijk verbonden waren, totdat zij plotseling de grote oceaan in stroomden waar zij 'eonen' geleden uit vertrokken waren. Geestelijk verrijkt en met een schat aan ervaring, verenigden de waterdruppels zich met het water in de grote oceaan en vulden de grote oceaan met het meest 'zuivere en helderste' water dat zij in het leven als ijskristallen uiteindelijk geworden waren. Door het 'geïndividualiseerde' leven dat de waterdruppels, via het proces van 'kristallisatie' ervaren hadden en het 'reinigingsproces' die zij doorgemaakt hadden, namen de waterdruppels in de oceaan meteen het 'roer' over. Met andere woorden: de waterdruppels (voormalige ijskristallen) bepaalden voortaan de richting waarin de oceaan moest stromen. Door hun ervaring bepaalden de voormalige ijskristallen ook, welke waterdruppels in de oceaan het zelfde proces als hun moesten ondergaan en zich uit de oceaan moesten 'bevrijden'. De 'Moraal' uit deze beeldspraak is: dat de oceaan 'GOD' is en dat de ijskristallen de mensen zijn. Wij als mensheid zijn dus in essentie géén mensen, maar geestelijke wezens die tijdelijk fysieke zijn. Fysieke wezens die zich net als de waterdruppels zich tot in het oneindige 'verdicht' hebben. In essentie zijn wij dus géén mensen, maar zijn wij één met God en zijn wij zelf de manifestatie van God. Wij leven nu net als de ijskristallen in de 'begoocheling' dat wij mensen zijn en dat er een God buiten ons is. Maar dat is dus één grote 'begoocheling', want wij maken net als de ijskristallen deel uit van de oceaan die God zelf is. Het ontdooien van de ijskristallen is het proces die wij als mensheid nu in het 'Aquariustijdperk' tegemoet gaan. Wij als mens hebben de graad van uiterste verdichting bereikt en gaan met zijn allen het 'Geestelijke' tijdperk in. Wij als mens worden straks metaforisch beschouwd: transparanter en transparanter. Ofwel, geestelijker en geestelijker. De doelstelling van het Aquariustijdperk is dat de meeste mensen over pakweg drie tot vierhonderd jaar 'hoog sensitief' zullen zijn en elk persoon direct met de 'Geestelijke Wereld' communiceren kan. Tegen de tijd dat de hele mensheid 'hoog sensitief' is, zal er geen geweld en oorlogen meer op de Aarde voorkomen. Dit 'punt' van 'zielenhoogte' zal halverwege het tijdperk, dus over ongeveer 1000 jaar bereikt moeten zijn. Het Aquariustijdperk duurt zoals alle tijdperken ongeveer 2600 jaar. Denk niet dat wij tegen die tijd als mensheid ons 'doel' bereikt zullen hebben. Voordat de ‘leerschool’ Aarde zijn functie als 'leerschool' verliest zijn wij als mensheid vele tijdperken verder. Hendrik (red) Hugo's mooie beeld geeft een interpretatie van het New Age - Holistisch denken. Het Pantheïsme ziet de zaken over het algemeen minder vergeestelijkt. Ook bij Spinoza kun je niet zeggen dat het geestelijke (res-cogitans) hoger is dan het fysieke, de uitgebreidheid (res-extensa). Niet in de New-Age, maar nu al is het bloempje naast je en de ster aan de andere kant van het heelal deel van dezelfde God-Natuur-Existentie |
Pantheïsme en ... Pantheïsme Atheisme Ietsisme Filosofie Zonde Andere sites Reageren Eens Discussiegroep Hosting stichting.stippen.nl Techniek cylink |