(c) 2007

Pantheisme

Het pantheïsme ziet God niet als een buiten de dagelijkse werkelijkheid staande entiteit en niet als een persoon.
Als we het over het al hebben, bedoelen we dus de dingen, planten en dieren, mensen, kortom alles.
Traditionele religies denken dat dit al door iets anders veroorzaakt moet zijn dat buiten het al staat.

Moderne wetenschap betwist het idee dat evolutie op een resultaat gericht is. Het idee dat de mens dus bedacht is, als hoofd van de schepping, met een speciale band met de veroorzaker van het al, is wetenschappelijk moeilijk vol te houden.

De pantheist ziet de veroorzaker van het al niet als iets wat buiten dit proces staat, maar zo je wilt, dit proces zelf. Het wonder van het bestaan zit hem in alles wat bestaat.

'Er is slechts één substantie', bewijst Spinoza in zijn Ethica.

Alles wat er is, is God.
God is het zijn.

De ruimte en de tijd, de materie, de natuur en zelfs de mogelijkheid dat er is, alles, en dus ook wij, zijn een deel van het al.

Waarom zou je alles 'God' noemen en niet gewoon 'Alles'?

Wanneer je in de natuurkunde of de biologie ontdekt hoe fantastisch alles in elkaar steekt, het een niet zonder het ander kan, en dat je daar deel van uitmaakt, dan voel je je klein en tegelijk bijzonder.

Misschien kun je niet geloven in een hogere macht, maar dat wil niet zeggen dat je geen ontzag kunt voelen en het idee hebt dat je onderdeel bent van iets bijzonders.

Veel verschil met religieuze ervaringen zoals die die bijvoorbeeld door Bach getoonzet is er niet.

Zo ontstaat er een religie, een Godsbesef dat geen behoefte heeft aan onbegrijpelijke, onnodige zaken die de dagelijkse werkelijkheid zouden ontstijgen.

Wij willen op deze pagina's onze gedachten over deze denkwijze uiten, in filosische, religieuze en soms poetische stukken. En we willen dat jij reageert, want jij bent ook een stukje God.




Reactie plaatsen

Binnengekomen reacties


Oliver
Al eens gehoord van pantheistischpleidooi.co.cc ?

Hugo de Vries
De Mens in relatie tot God (panthe?sme) Door: Hugo de Vries

Er was eens een grote oceaan. Deze oceaan bestond uit oneindig veel waterdruppels. Plaatselijk warmde de oceaan op en kwamen er heel veel waterdruppels vrij. Bevrijdt van de wereld waarin de druppels leefden, gingen de druppels stuk voor stuk hun eigen weg en stegen vrolijk op naar wat avontuurlijker, hoger gelegen oorden. Allengs merkte de waterdruppels dat hun verschijningsvorm veranderde en dat zij zich 'verdichte' en elkaar nog duidelijker waar konden nemen dan voorheen. Op weg naar nog hoger gelegen avontuurlijker oorden 'kristalliseerden' de waterdruppels zich en werden prachtige 'ijskristallen'. Trots en euforisch 'vergaapte' de waterdruppels zich aan elkaar en dachten met z'n allen, dat dit de wereld was waarin zij voortaan wilden leven. Zij speelden uitbundig en vrolijk in deze oneindig prachtige wereld, die schitterden en straalde dat het een lieve lust was. Met 'licht en kleur' konden zij de mooiste en prachtigste kunstwerkjes maken, die zij zich voor konden stellen. Nooit, maar dan ook nooit, wilden de ijskristallen weer terug naar de oceaan waar zij ooit vandaan kwamen. Dit was hun ?Wereld, hun Leven en hun Paradijs'. Totdat de kristallen voordat zij het in de gaten hadden, nog hoger stegen zodat zij plotseling groter, dikker en zwaarder werden. Toen de kristallen op hun zwaarst waren en zichzelf tot in het uiterste 'verdicht' hadden, zakten de kristallen naar beneden, naar warmere oorden en 'ontdooiden' zij. Dit tot groot verdriet van de ijskristallen. De prachtige wereld waarin zij leefden en dachten altijd in te kunnen verblijven verdween als 'sneeuw voor de zon'. Zelf waren de ijskristallen allang vergeten dat zij ooit van de oceaan afkomstig waren geweest.

Ontroostbaar moesten de ijskristallen toezien, dat hun prachtige verschijningsvorm, in lager en warmer gelegen oorden transparanter en transparanter werd. Totdat de ijskristallen weer de waterdruppels werden die zij heel lang geleden, ooit waren geweest. De waterdruppels verenigden zich uit zelfbehoud en werden gezamenlijk een regenbui. Met zijn allen viel de regenbui op de Aarde en kwamen zij in sloten en rivieren terecht. In het water van de sloten en rivieren 'smelten' zij samen met de overige waterdruppels, die daar allang aanwezig waren. Met 'weemoed' dachten de waterdruppels aan het leven dat zij als ijskristallen geleefd hadden en moesten 'lijdzaam' toezien, dat zij 'EEN' werden met alle druppels in het water. Geleidelijk aan begon bij de waterdruppels de herinnering terug te komen van een leven in een grote oceaan, waarin zij 'eonen' geleden zichzelf met moeite bevrijdt hadden. De waterdruppels lieten zich ?gewillig? meevoeren in de stroming van het water, waarmee zij nu onlosmakelijk verbonden waren, totdat zij plotseling de grote oceaan in stroomden waar zij 'eonen' geleden uit vertrokken waren. Geestelijk verrijkt en met een schat aan ervaring, verenigden de waterdruppels zich met het water in de grote oceaan en vulden de grote oceaan met het meest 'zuivere en helderste' water dat zij in het leven als ijskristallen uiteindelijk geworden waren. Door het 'ge?ndividualiseerde' leven dat de waterdruppels, via het proces van 'kristallisatie' ervaren hadden en het 'reinigingsproces' die zij doorgemaakt hadden, namen de waterdruppels in de oceaan meteen het 'roer' over. Met andere woorden: de waterdruppels (voormalige ijskristallen) bepaalden voortaan de richting waarin de oceaan moest stromen. Door hun ervaring bepaalden de voormalige ijskristallen ook, welke waterdruppels in de oceaan het zelfde proces als hun moesten ondergaan en zich uit de oceaan moesten 'bevrijden'.

De 'Moraal' uit deze beeldspraak is: dat de oceaan 'GOD' is en dat de ijskristallen de mensen zijn. Wij als mensheid zijn dus in essentie g??n mensen, maar geestelijke wezens die tijdelijk fysieke zijn. Fysieke wezens die zich net als de waterdruppels zich tot in het oneindige 'verdicht' hebben. In essentie zijn wij dus g??n mensen, maar zijn wij ??n met God en zijn wij zelf de manifestatie van God. Wij leven nu net als de ijskristallen in de 'begoocheling' dat wij mensen zijn en dat er een God buiten ons is. Maar dat is dus ??n grote 'begoocheling', want wij maken net als de ijskristallen deel uit van de oceaan die God zelf is. Het ontdooien van de ijskristallen is het proces die wij als mensheid nu in het 'Aquariustijdperk' tegemoet gaan. Wij als mens hebben de graad van uiterste verdichting bereikt en gaan met zijn allen het 'Geestelijke' tijdperk in. Wij als mens worden straks metaforisch beschouwd: transparanter en transparanter. Ofwel, geestelijker en geestelijker. De doelstelling van het Aquariustijdperk is dat de meeste mensen over pakweg drie tot vierhonderd jaar 'hoog sensitief' zullen zijn en elk persoon direct met de 'Geestelijke Wereld' communiceren kan. Tegen de tijd dat de hele mensheid 'hoog sensitief' is, zal er geen geweld en oorlogen meer op de Aarde voorkomen. Dit 'punt' van 'zielenhoogte' zal halverwege het tijdperk, dus over ongeveer 1000 jaar bereikt moeten zijn. Het Aquariustijdperk duurt zoals alle tijdperken ongeveer 2600 jaar. Denk niet dat wij tegen die tijd als mensheid ons 'doel' bereikt zullen hebben. Voordat de ?leerschool? Aarde zijn functie als 'leerschool' verliest zijn wij als mensheid vele tijdperken verder.


Hendrik
(red) Hugo's mooie beeld geeft een interpretatie van het New Age - Holistisch denken.
Het Pantheïsme ziet de zaken over het algemeen minder vergeestelijkt. Ook bij Spinoza kun je niet zeggen dat het geestelijke (res-cogitans) hoger is dan het fysieke, de uitgebreidheid (res-extensa).
Niet in de New-Age, maar nu al is het bloempje naast je en de ster aan de andere kant van het heelal deel van dezelfde God-Natuur-Existentie


Benedict Broere
Je komt het regelmatig tegen dat Spinoza atheist en/of pantheist zou zijn. Maar als je dan het beschikbare naslagwerk gaat lezen, dan blijkt steeds weer dat het genuanceerder en complexer in elkaar steekt. Hierboven zie ik ook weer een dergelijke identificatie, maar als ik dan ga kijken in Wiki, dan blijkt het andermaal niet zo eenvoudig.

In bijvoorbeeld de Nederlandse Wiki zie ik inderdaad dat Spinoza als pantheist wordt gezien.
>>>>
Spinoza was niet atheïstisch, maar pantheïstisch. De basis van zijn stelsel is zijn monistische Godsopvatting. Hij had een heel ander godsbeeld dan de drie monotheïstische religies. Deus sive Natura schreef Spinoza, "God oftewel de Natuur": God bestaat niet buiten de Natuur, maar wordt door hem geïdentificeerd met de Natuur. Daardoor is God niet slechts een denkend wezen, maar drukt hij zich ook tegelijkertijd uit als een uitgebreid wezen. <<<<

Maar in de Duitse Wiki zie ik toch weer heel wat anders:
>>>>
Der Kosmos/das Universum selbst ist diese Substanz, es gibt nichts außerhalb von ihr, sie ist in nichts Anderem, und somit sind alle Gegenstände Eigenschaften dieser Substanz; daher ist einer der Hauptgedanken bei Spinoza der, dass Gott in allem Seienden vorhanden ist. Es ist geläufig, diese Theorie Pantheismus zu nennen (vom Griechischen „pan”: alles und von „theos”: Gott). Jedoch ergibt sich von Proposition 16 an ein subtiler Bedeutungswandel: Spinozas Gott ist die Ursache aller Dinge, weil Alles ursächlich und notwendigerweise aus der göttlichen Natur folgt („ebenso notwendig, wie aus der Natur eines Dreiecks folgt, dass seine Winkelsumme gleich zwei rechten Winkeln ist“). In diesem Sinne war Gott auch nicht frei, die Welt zu erschaffen (oder es zu unterlassen).
Das, was unser Intellekt von dieser Substanz erkennen kann, nannte er ihre „Attribute“; zwei dieser Attribute sind „Denken“ (Geist) und „Ausdehnung“ (Materie). Gleichlautend mit Descartes konstatierte Spinoza also einen Gegensatz zwischen Geist und Materie; anders als jener sah er sie jedoch nicht als zwei verschiedene Substanzen (Dualismus), sondern als verschiedene Attribute einer einzigen Substanz (Monismus). Da Geist und Materie keine gegensätzlichen Substanzen sind, schien Spinoza der Cartesianische Einwand gegen die Möglichkeit der Wechselwirkung zwischen Geist und Materie, Seele und Leib, beseitigt. Aus dem Grundgedanken des Monismus folgerte er, dass zwischen der (idealen) Gesetzmäßigkeit des Ideenreichs und der (mechanischen) der Körperwelt kein Gegensatz bestehen kann, sondern jeder Idee (von unendlich vielen) ein Gegenstand der körperlichen Welt entsprechen muss (Parallelismus).
Aus dem unendlichen Wesen Gottes (natura naturans = schöpferische Natur = die Substanz) folgt Unendliches auf unendlich unterschiedliche Weise (natura naturata = geschaffene Natur = was wir als Erscheinungen wahrnehmen). Dies gilt sowohl hinsichtlich der Folge und Verknüpfung der Ideen wie auch hinsichtlich der materiellen Weltordnung (ordo et connexio idearum idem est ac ordo et connexio rerum). Daraus folgt: So wie in der Welt der materiellen Körper keine Wirkung ohne (zwingende) Ursache möglich ist, so ist in der Geisteswelt ein Willensentschluss ohne Motiv nicht möglich. Damit schloss Spinoza jede Willensfreiheit aus (auch die seines Gottes – siehe oben). Alles geschieht aus kosmischer Notwendigkeit; den Begriff „Wille Gottes“ nannte er (im Anhang zum 1. Teil der Ethik) „das Heiligtum der Unwissenheit“.
Manche Objekte entspringen unmittelbar dem unendlichen göttlichen Wesen; dies sind absolut gültige und unveränderliche geometrische Sätze und Naturgesetze bzw. die Logik und die Gesetzmäßigkeiten des Seelenlebens. Je weniger direkt die Verbindung zur göttlichen Substanz, desto individueller und auch vergänglicher ist ein Objekt.
<<<<

En datgene wat geschreven is in de Duitse Wiki vindt bevestiging in de Engelse Wiki:

>>>>
It is a widespread belief that Spinoza equated God with the material universe. However, in a letter to Henry Oldenburg he states that: "as to the view of certain people that I identify god with nature (taken as a kind of mass or corporeal matter), they are quite mistaken"[22]. For Spinoza, our universe (cosmos) is a mode under two attributes of Thought and Extension. God has infinitely many other attributes which are not present in our world. According to German philosopher Karl Jaspers, when Spinoza wrote "Deus sive Natura" (God or Nature) Spinoza meant God was Natura naturans not Natura naturata, and Jaspers believed that Spinoza, in his philosophical system, did not mean to say that God and Nature are interchangeable terms, but rather that God's transcendence was attested by his infinitely many attributes, and that two attributes known by humans, namely Thought and Extension, signified God's immanence.[23] Even God under the attributes of thought and extension cannot be identified strictly with our world. That world is of course "divisible"; it has parts. But Spinoza insists that "no attribute of a substance can be truly conceived from which it follows that the substance can be divided" (Which means that one cannot conceive an attribute in a way that leads to division of substance), and that "a substance which is absolutely infinite is indivisible" (Ethics, Part I, Propositions 12 and 13).[24] Following this logic, our world should be considered as a mode under two attributes of thought and extension. Therefore the pantheist formula "One and All" would apply to Spinoza only if the "One" preserves its transcendence and the "All" were not interpreted as the totality of finite things.[23]
<<<<
Dus wat zal het zijn? Wie van de drie?
Wil bij deze de ware Spinoza opstaan?
http://en.wikipedia.org/wiki/Baruch_Spinoza

Mijn indruk is dat Spinoza een panentheist is.
http://en.wikipedia.org/wiki/Panentheism
http://plato.stanford.edu/entries/panentheism/